- Details
- Geschreven door: Hans
- Categorie: Werking camera
- Hits: 392
Deze functie wordt gebruikt om te controleren of de camera precies horizontaal of verticaal wordt gehouden. Wanneer de virtuele horizon is geselecteerd, wordt op het achterste LCD-venster een grafische afbeelding weergegeven van de camera en de hoeveelheid rotatie. Als de camera wordt gedraaid, wordt de weergave aangepast aan deze wijziging. Deze functie is met name handig als u er zeker van wilt zijn dat u de camera precies horizontaal houdt.
De binnenrand van de cirkel bevat segmenten en er loopt een lijn door de camera naar de rand van de cirkel. De lijn is geel totdat de camera horizontaal wordt gehouden, waarna de lijn groen wordt. De nauwkeurigheid neemt af naarmate u de camera verder naar voren of naar achteren kantelt.
De functie Virtuele horizon kan worden toegewezen aan de functieknop en kan ook worden gebruikt in de livebeeldstand. In het laatste geval wordt het beeld van de virtuele horizon weergegeven over het livebeeld op de cameramonitor.
Informatie over de rotatiehoek wordt niet weergegeven op de monitor en niet opgeslagen in de EXIF-gegevens.
Opmerking:
Als de camera wordt gebruikt terwijl de virtuele horizon gedurende langere tijd wordt weergegeven, neemt de temperatuur van de cameraschakelingen toe. Deze temperatuurstijging is ook van invloed op de sensor voor de virtuele horizon en kan ertoe leiden dat de weergave van de horizon iets wordt verplaatst, waardoor het lijkt of de camera iets is gedraaid. Dit betekent dat hoewel werd aangegeven dat de camera perfect horizontaal werd gehouden toen de functie werd ingeschakeld, er na langere tijd een lichte rotatie kan worden weergegeven. Dit effect treedt meestal op als het livebeeld gedurende langere tijd is geactiveerd.
- Details
- Geschreven door: Hans
- Categorie: Werking camera
- Hits: 422
De beeldsensor is voorzien van een laagdoorlaatfilter dat moiré voorkomt. Als u vermoedt dat vuil- of stofdeeltjes op het filter zichtbaar zijn in de foto's, kunt u het filter reinigen met de optie Beeldsensor reinigen in het menu Setup van de camera.
Trillingen met verschillende frequenties worden door het laagdoorlaatfilter geleid. Hierdoor worden de meeste vuil- en stofdeeltjes van het filter losgetrild. De vuil- en stofdeeltjes worden opgevangen in een klein reservoir onder het laagdoorlaatfilter. Daarom is de reiniging van de beeldsensor het meest effectief als de camera met de onderzijde omlaag op een vlakke ondergrond wordt geplaatst. De functie voor sensorreiniging kan automatisch worden geactiveerd wanneer de camera wordt in- of uitgeschakeld, maar kan ook handmatig door de fotograaf worden geactiveerd. Soms is er een hoog geluid hoorbaar wanneer de sensor wordt gereinigd. Dit is normaal.
De locatie van het laagdoorlaatfilter ten opzichte van de beeldsensor.
Op sommige cameramodellen is een tweede vorm van stofverwijdering beschikbaar. Hierbij zorgt de luchtstroom in het spiegelhuis ervoor dat stof in sturingsbuisjes in de buurt van de objectiefvatting wordt geblazen en daar achterblijft. Bij normaal gebruik is de kans klein dat deze buisjes gereinigd moeten worden tijdens de gebruiksduur van de camera.
Luchtsturingsbuisjes in de D60
De luchtstroom in het spiegelhuis van de D60 tijdens de ontspancyclus van de sluiter.
Een andere mogelijkheid is een referentiefoto voor stofverwijdering te gebruiken. In combinatie met de software Capture NX van Nikon kan deze referentiefoto worden gebruikt om stof uit beelden te verwijderen. Voor meer informatie over het maken van een referentiefoto klik hier.
Als er nog steeds vuil- en stofdeeltjes op de foto's te zien zijn, kunt u de sensor handmatig reinigen als uw camera de reinigingsoptie Spiegel omhoog bevat. In de gebruikshandleiding van de camera leest u hoe deze optie gebruikt. Als u de camerasensor door een professional wilt laten reinigen, neemt u contact op met een door Nikon erkende servicedienst.
Let op: niet alle digitale spiegelreflexcamera's beschikken over ingebouwde sensorreiniging. Raadpleeg de gebruikshandleiding om te controleren of uw camera over deze functie beschikt.
- Details
- Geschreven door: Hans
- Categorie: Werking camera
- Hits: 404
Wat is flitswaardevergrendeling?
FV-vergrendeling (flitswaardevergrendeling) is het flitsequivalent van belichtingsvergrendeling (AE-vergrendeling). FV-vergrendeling biedt fotografen de mogelijkheid de compositie te wijzigen terwijl de flitswaarde gehandhaafd blijft. Deze functie is alleen beschikbaar als een optionele flitser wordt gebruikt die compatibel is met het Creatieve Verlichtingssysteem.
Met behulp van flitswaardevergrendeling kunt u de juiste belichting verkrijgen wanneer het onderwerp zich niet in het midden en voor een donkere achtergrond bevindt. Aangezien de flitsbelichting vergrendeld blijft, zelfs als u het diafragma of de compositie wijzigt of als u in- of uitzoomt, krijgt u de juiste belichting voor het hoofdonderwerp. In het onderstaande voorbeeld zonder flitswaardevergrendeling is het onderwerp overbelicht door de donkere achtergrond. Voor de foto rechts is flitswaardevergrendeling gebruikt.
De monitor-voorflitsen die voorafgaan aan de opname kunnen ertoe leiden dat sommige mensen met de ogen knipperen tijdens de opname zelf. Als u flitswaardevergrendeling gebruikt, kan de voorflits enige tijd vóór de daadwerkelijke opname worden geactiveerd, waardoor wordt voorkomen dat personen met de ogen knipperen.
Flitswaardevergrendeling gebruiken
Selecteer een programmeerbare knop in het menu met persoonlijke instellingen (de FUNC-knop, de scherptedieptecontroleknop (voorbeeldknop) of de knop AE-L/AF/L) en kies FV-vergrendeling als u deze knop wilt gebruiken om de flitswaarde te vergrendelen.
- Klap de ingebouwde flitser op of sluit een CVS-compatibele flitser aan.
- Plaats het onderwerp in het midden van het beeld en druk de ontspanknop half in om de scherpstelling te activeren. Controleer of de flitser opnieuw is opgeladen en klaar is voor gebruik. (De flitsgereedaanduiding wordt weergegeven in de zoeker wanneer een compatibele flitser is opgeladen en gereed is.)
- Druk op de geselecteerde knop voor flitswaardevergrendeling. De flitser geeft een monitor-voorflits af om de juiste flitssterkte te bepalen. De flitssterkte wordt op dit niveau vergrendeld en het pictogram voor flitswaardevergrendeling verschijnt in de zoeker. De flitswaarde blijft vergrendeld zolang de lichtmeter van de camera actief is.
- Pas de compositie aan.
- Druk op de ontspanknop om de foto te maken. U kunt nog meer foto's maken zonder de flitswaardevergrendeling op te heffen (dezelfde flitsbelichting wordt gebruikt).
- Wanneer u klaar bent, drukt u nogmaals op de geselecteerde knop om de vergrendeling op te heffen en controleert u of het pictogram niet meer wordt weergegeven in de zoeker.
Opmerkingen:
- Flitswaardevergrendeling is alleen beschikbaar in de flitssturingsstanden i-DDL en automatisch diafragma.
- Flitswaardevergrendeling kan ook worden toegepast bij gebruik van meerdere flitsers en geavanceerde draadloze flitssturing, en bij automatische FP high-speed synchronisatie.
- Flitswaardevergrendeling kan zelfs worden worden gebruikt als de hoofdflitser bij geavanceerde draadloze flitssturing is ingesteld op niet-DDL automatisch flitsen.
- Aangezien de flitssterkte automatisch wordt aangepast tijdens het zoomen of bij wijzigingen in de diafragmawaarde wanneer flitswaardevergrendeling is geactiveerd, verandert de belichtingswaarde (helderheid) niet.
Hieronder ziet u het pictogram voor flitswaardevergrendeling in het LCD-venster en in de zoeker van een digitale spiegelreflexcamera.
- Details
- Geschreven door: Hans
- Categorie: Werking camera
- Hits: 373
Het verschil tussen Type I en Type II CF-geheugenkaarten.
Het enige verschil tussen een Type I en een Type II Compact Flash geheugenkaart is de dikte van de kaart. De Type II kaart is iets dikker (5mm t.o.v. 3mm):
De Type II kaart (links) is iets dikker dan de Type I kaart (rechts).
Er bestaan geen inherente voordelen in grootte, snelheid of anderszins tussen beide soorten kaarten. Oospronkelijk hadden Type II kaarten een hogere capaciteit, maar tegenwoordig ontwikkelen fabrikanten ook Type I kaarten met een hoge capaciteit. De meest gangbare Type II kaart is de Microdrive, die oorspronkelijk is ontwikkeld door IBM, maar momenteel wordt geproduceerd door Hitachi. De Microdrive bevat een kleine vaste schijf die een vergelijkbare technologie gebruikt als vaste schijven in computers. Ook andere fabrikanten produceren Type II kaarten met vasteschijftechnologie, maar deze worden niet ondersteund door Nikon.
Controleer altijd of uw camera, kaartlezer of PC Card adapter compatibel is met de kaart die u wilt gaan gebruiken aangezien dat niet altijd het geval is.
Voor compatibele kaarten raadpleegt u de handleiding van de camera die een lijst met goedgekeurde kaarten bevat.
- Details
- Geschreven door: Hans
- Categorie: Werking camera
- Hits: 416
Spiegelreflexcamera's van bijvoorbeeld Nikon bieden drie scherpstelstanden: enkelvoudige AF (AF-S), continue AF (AF-C) en handmatig (M). Welke scherpstelstand u selecteert, hangt af van het onderwerp.
Enkelvoudige AF (AF-S)
In deze stand stelt de camera scherp op het onderwerp en wordt de scherpstelling vergrendeld terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. De camera past de scherpstelling niet aan terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt, ook niet als het onderwerp beweegt. Bij de standaardinstellingen van de camera kan de sluiter alleen worden ontspannen als het beeld scherp is (scherpstelprioriteit).
Deze stand is het meest geschikt voor stilstaande onderwerpen, zoals landschappen of studio-opnamen.
Continue AF (AF-C)
Als de stand voor continue AF is geselecteerd, past de camera de scherpstelling voortdurend aan terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. Als het onderwerp beweegt terwijl continue AF actief is, volgt de camera het onderwerp en probeert de camera de snelheid van het onderwerp te voorspellen en er zo voor te zorgen dat het onderwerp scherp is wanneer de sluiter ontspant. Bij de standaardinstellingen van de camera kunnen foto's worden gemaakt ongeacht of het beeld scherp is (ontspanprioriteit).
De stand voor continue AF is het meest geschikt voor actie- of sportfotografie, waarbij het onderwerp beweegt.
Handmatig (M)
In de handmatige stand heeft de fotograaf volledige controle over de scherpstelling van de camera. In deze stand past de camera de scherpstelling niet automatisch aan. De scherpstelstand wordt bepaald door de gebruiker die hiervoor de scherpstelring op het objectief gebruikt. Als het gebruikte objectief een maximaal diafragma van f/5.6 of groter heeft, kunt u de scherpstelaanduiding in de zoeker gebruiken om de scherpstelling te controleren.
De stand voor handmatige scherpstelling is met name geschikt bij weinig licht en het AF-systeem van de camera moeite heeft met scherpstellen of als een nauwkeurige scherpstelling is vereist, zoals bij macrofotografie.