Wie is online

We hebben 44 gasten en geen leden online

CameraHobby! - de site voor de digitale hobbyfotograaf

De SLR Camera Simulator

Hoe werkt mijn camera. Wat zijn de effecten van de sluitertijd, het diafragma en de ISO waarde op mijn foto's.

 

 

Met deze Camera Simulator zie je direct wat de gevolgen zijn van de camera instellingen op het eindresultaat van de foto.

 

 

De besturingselementen van de camera:

Belichting (Lighting)

De belichting is de belangrijkste waarde die op uw camera moet worden ingesteld. Met slechts een paar uitzonderingen heeft u eigenlijk nooit te veel licht. Te weinig licht is daarentegen wel van invloed op de kwaliteit van de foto’s.

Gebruik deze schuifregelaar ‘Lighting’ om te experimenteren met verschillende lichtomstandigheden. Zie ook Lichtwaarden.

Afstand (Distance)

Gebruik deze schuifregelaar ‘Distance’ om afstand tot het onderwerp te simuleren.

Brandpuntsafstand (Focal length)

Deze schuifregelaar ‘Focal length’ heeft hetzelfde effect als het in- en uitzoomen van uw lens. De groothoek stand, de uitgezoomde instelling vanaf 18 mm,  geeft de grootste scherptediepte. Meer details in de foto zijn scherp. De uitgezoomde instelling van de lens tot 55 mm (Tele stand), geeft minder scherptediepte. Meestal is alleen het hoofd onderwerp scherp afgebeeld. De scherptediepte wordt door de brandpuntafstand en het diafragma bepaald. Zie ook de instelling van het Diafragma hieronder.

Camera Modus (Belichtingsfuncties)

Door het installen van de verschillende camera mode, kun je het eindresultaat van de foto beïnvloeden. Er zijn drie belichtingsfuncties n.l.:

  • Diafragma voorkeuze (AperturePriority)
  • Sluitertijd voorkeuze (Shutter Priority)
  • Handmatig (Manual)

In de stand diafragma voorkeuze stelt U zelf het diafragma (f-stops) in. De camera stelt automatisch de bijpassende sluitertijd in. Deze stand is belangrijk als de scherptediepte in de foto prioriteit heeft. Bijvoorbeeld veel scherpte in voor en achtergrond bij landschapsfotografie of juist het laten wegvallen van de achtergrond bij portret of macro fotografie.
In de stand sluitertijd voorkeuze stelt u zelf de sluitertijd in. De camera bepaald zelf het bijbehorende diafragma/f-stop. Deze stand is belangrijk als de scherpte van het hoofd onderwerp prioriteit heeft. Bijvoorbeeld het bevriezen van een beweging of juist niet.
In de handmatige mode stel je zowel het diafragma als de sluitertijd zelf in. De lichtmeter van de camera helpt je om de juiste belichting te verkrijgen. In de SLR Camera Simulator is dit te zien aan het de ‘meter’ midden onder in het beeld. Staat het pijltje in het midden, dan is de belichting correct. Staat het pijltje links van het midden dan is de foto onderbelicht. De foto wordt overbelicht als het pijltje rechts van het midden staat.

Naast de hiervoor genoemde belichtingsfuncties hebben de meeste camera’s een (A)uto of (P)rogramma stand en voorgeprogrammeerde standen voor zoals sport, landschap, macro enz. Hierbij worden de sluitertijd en het Diafragma volledig automatisch ingesteld.

ISO

De ISO waarde verwijst naar de gevoeligheid van de "film". In het digitale tijdperk is dit de sensor van de camera. Bij een hoger de ingestelde ISO waarde is minder binnenvallend licht nodig om een juiste belichting te krijgen.
Een hoge ISO waarde staat snellere sluitertijden toe bij weinig licht maar geeft meer ruis in de afbeelding. Een lage ISO waarde geeft de mooiste afbeeldingen maar vereisen meer licht. Het verdient dan ook de voorkeur om een zo laag mogelijk ISO waarde te gebruiken.

Diafragma

Het Diafragma, of f-stop, verwijst naar do opening van de lens waardoor het licht op de sensor valt als de sluiter wordt geopend.  Een lage Diafragmawaarde, bijvoorbeeld f/2.8, geeft een grotere opening. Er valt veel licht op de sensor. Er is een korter sluitertijd nodig. Deze stand geeft een kleine scherptediepte in de afbeelding. Een hoge Diafragmawaarde, bijvoorbeeld f/22, geeft een kleine lensopening. Er valt weinig licht op de sensor. Er is een langere sluitertijd nodig. In deze stand is er juist veel scherptediepte in het beeld.
Het belangrijkste om te onthouden is dat:

  • hoe hoger het f-nummer, des te meer details voor en achter het hoofdonderwerp scherp zijn.
  • hoe lager het f-nummer, des te  meer details voor en achter het onderwerp onscherp zullen zijn.

Sluitertijd

De Sluitertijd geeft aan hoe lang de sluiter moet openstaan om een juiste belichting te geven. Met een snelle sluitertijden, bijvoorbeeld 1/250e seconde of korter, kunt u het beeld "bevriezen". Gebruik deze snelheden bijvoorbeeld voor actie fotografie. Maar vereist veel licht. Bij langere sluitertijden, bijvoorbeeld 1/60e seconde of langer, is minder licht nodig maar kunnen bewegingsonscherpte in de afbeelding veroorzaken.
Let in de simulator maar eens op het effect van de sluitertijd op het windmolentje.

Veel plezier met het simuleren!

 

Met dank aan CameraSim. Kijk hier ook eens voor meer simulatie en mooie App's.